zondag 9 mei 2010

Terugblik 7: Ontmoeting

Vandaag is het moederdag en wij blikken terug op iets dat exact 12 jaar geleden gebeurde, onze ontmoeting. Beschreven door Marcel.

De voorgeschiedenis:
Mijn studie Sjd liep teneinde en ik moest een eindscriptie maken. Vanaf maart had ik geen les meer en genoot ik eerst van de vrijheid. En het schrijven van de scriptie was veel werk, maar ik maakte in het begin niet veel vaart.
Op die donderdagmiddag 7 mei 1998 reed ik met een kennis, Ron mee, die was buschauffeur. Hij vertelde mij gehoord te hebben dat het de volgende dag
eindelijk lente zou worden. Het weer wat tot dusver erg slecht en koud geweest, een winter en vroeg voorjaar van 5 graden, regen en veel bewolking. Koninginnedag 1998 was ook zo'n koude dag geweest en het hield maar aan. Maar nu zou het opklaren volgens Ron. Het weer buiten deed echter anders vermoeden. Ik zei tegen hem die avond hard aan de scriptie te gaan werken tot 's avonds laat. Dan de wekker op vrijdag 8 mei te zetten op 8 uur en zou het nog slecht weer zijn, dan gewoon verder te slapen.
Die nacht ben ik tot half 4 bezig geweest met de scriptie en buiten was het herfst. Storm, regen, echt knudde. Desondanks zette ik de wekker en die morgen: ongelooflijk maar waar, de zon scheen. Het was dan ook in één klap 22 graden die dag. Ik pakte mijn spullen, fietste naar busstation Capelsebrug, nam de bus, de trein en de tram en zat een dag op Scheveningen. Rond
etenstijd ging ik terug, al enigszins verkleurd en voldaan door de zon.
Ik ging naar vriend Marc die woonde in Rotterdam, en werkte naast het station. Samen aten we wat en zaten buiten. Ik belde naar huis dat ik in Rotterdam bleef slapen, want de volgende dag zou weer goed weer worden, dus wilde ik dan wederom naar het strand.

Zaterdag 9 mei:
Al vroeg waren we wakker en maakten ons gereed voor een stranddag. Maar Marc werd gebeld en had ineens verplichtingen. Daar zat ik dan. Ik voelde er niet veel voor weer eenzaam naar het strand te gaan. Dus belde ik wat mensen, maar geen van allen kon. Wat teleurgesteld ging ik terug naar het station Cs waar ik afscheid nam van Marc.
Op het perron aangekomen reed de intercity naar Den Haag zo in mijn gezicht weg, dat kon er ook nog wel bij.
Snel rende ik naar een ander perron, dan maar de boemel via Schiedam en Delft. Ik zocht een plekje op de 4zits-stoelen, maar de trein zat behoorlijk vol.
Links zaten tegen elkaar twee meiden, maar rechts zat een vrouw alleen. Zij zat te slapen en had haar handtas naast zich op de stoel. Omdat ik toch liever voor uit wilde rijden, maar niet dorst naast de vrouw met de tas te zitten (die zou wakker kunnen schrikken enzo) vroeg ik aan de jonge dames links of ik bij hen mocht zitten. Naast mij Annemarie en schuin tegenover mij Suzanne. Zij gingen ook naar het strand van Scheveningen. Alleen waren zij daar nooit geweest, en vroegen zich af hoe daar te komen. Ik legde het uit en zo boemelden we naar Den Haag.

Op Den Haag CS aangekomen zochten de vriendinnen de weg naar de tram, dus wees ik hen die en zo stonden we even later hutje mutje in lijn 1. Als haringen in een ton naar Scheveningen (terwijl daar juist meestal de haringen vandaan komen). Bij het Kurhaus stapten we uit en nam ik de vrijheid te vragen of ik met hen op mocht trekken die dag. Ik was immers alleen, dat is zo heel erg alleen op zo'n strand. Zij stemden toe en in de winkelpassage kochten we wat drinken. Ook kocht ik een moederdag cadeau, een grote reep Milka. Niet zo handige aankoop bleek later.
Het was als vloeibare chocomelk uit de verpakking te gieten, zo op het strand. Ik had mijn handdoek, Suus en Annemarie een deken en zo praatten we over van alles en nog wat. Het was een beetje melig gedoe, er werden foto's geschoten (wie heeft dat van zijn ontmoeting !!). Ik gaf als naam op Gerrit en het was een giechelige boel. We praatten en praatten en Suzanne lag naast me. Verhit van de zon besloten we samen langs de branding te lopen, Annemarie bleef bij de spullen. Aan het einde van de dag was het tijd weer naar huis te gaan. We namen gezamenlijk de tram, de trein en de bus naar Capelsebrug.

Afscheid nemen:
Op het busstation wisselden wij adressen uit en ik zwaaide mijn gezelschap uit die met lijn 194 naar Lekkerkerk reden. Hierna wandelde ik naar beneden, naar de fiets die hier al tweeënhalve dag stond.Toeval of niet, maar op het parkeerterrein met bussen stond Ron weer, die mij aan zag komen lopen. Hij schoof het raam open en schreeuwde: Zie je wel dat ik gelijk had ! Prachtig mooi weer geworden zoals ik al zei. Hij had gelijk en hij kon zien dat ik er flink van genoten had, getuigende de bruine kleur van de zon. Met Suzanne was het anders gesteld, die was zo rood als een aardbei geworden in de zon. Ik vertelde Ron over de ontmoeting die verbaasd vroeg wat ik met iemand uit Lekkerkerk moest.
Suzanne kwam thuis waar broer Corné, neef Arco met vrouw Ingrid op visite waren. Zij schrokken zich een ongeluk van de rode zonnebrand en Suzanne vertelde over de ontmoeting. Verbaasd vroegen zij wat zij met iemand uit Capelle moest.



En nu zijn we twaalf jaar verder en weet Suzanne inmiddels dat ik geen Gerrit heet. In tegenstelling tot toen is het nu helaas geen strandweer.
Het is koud en bewolkt en het is nu een dag eerder moederdag dan toen.
Suzanne is gisteren verrast met een speciale uitgave van tijdschrift Eva. Kijk zelf maar:
(klik op de foto voor vergroting)