woensdag 23 februari 2011

Toen onze Pluis nog een klein Pluisje was…


Toen kuikentje Pluis bij ons kwam, viel ze direct op. Wat was ze klein, en vele male zachter en pluiziger dan de rest. Haar pietepeuterige veertjes zaten zelfs een beetje in de war. Je zou het ook ietwat ruiperig kunnen noemen. Maar ze oogde verder gezond en was dapper voor tien anderen. Pluisje is vandaag de dag een echte dagdromer geworden, die zo maar stilletjes zit te staren. Verder vindt ze werkelijk alles leuk en niets is eng. Ze is bijzonder aanhankelijk en is dan ook de kroelkip van de familie.

Omdat ze zich vanaf het begin al zo opstelde zijn wij daar natuurlijk gretig op in gegaan. Iedere keer als een van ons verscheen ging ze op haar kleine teentjes staan om opgetild te willen worden.
Verzot op aandacht dat is laat ze zich geduldig aaien en lekker knuffelen. Als uiting van genoegen doet ze dan haar kleine oogjes dicht en is ze compleet van de wereld. Als ze los loopt wil ze je constant volgen om maar zo dicht mogelijk in de buurt te blijven. Soms gaat Henkie de haan haar roepen als ze te ver van hem afdwaalt. Dan zie je de vertwijfeling in haar kleine oogjes: “wie moet ik nu toch volgen ?”. Volgens mij ziet ze ons aan voor een moeder-kloekje, en die moet je als klein kipje ten allen tijde blijven volgen. Maar die haan, wat moet je met een grote dikke haan ? Wat haar rol binnen het clubje betreft, is ze pittig genoeg om zichzelf te kunnen handhaven. Als kipje Truus haar iets te bazig overkomt geeft ze die een flinke tik op haar snaveltje. Even laten zien dat ze toch echt geen doetje is. Vreemd genoeg pikt ze ons nooit. Alleen als je een pluizige trui of zoiets aan hebt wil ze niets liever dan daar aan sjorren. Dat trekt blijkbaar aan als een magneet, en daar is ze dan ook niet vanaf te brengen.

Wat opvalt is dat haar stemmetje heel laag is, dat doet ons menigmaal schaterlachen. Het past gewoon niet bij zo’n klein zacht kipje. Het is grappig te ontdekken dat zo ieder kipje zijn eigen stemgeluid heeft. Je kan precies horen wie er aan het kakelen of pruttelen is. En zeker onze Pluis haal je daar direct uit. Wat ook zeker opvalt is dat als onze kippen gevoerd worden iedereen gericht is op wat er in het voederbakje komt te liggen. Behalve Pluis, die denkt alleen maar aan aandacht. Zij staat ten alle tijde klaar om opgetild te worden. Ze wurmt zich overal tussen door en probeert in de buurt van je handen te komen. Dat ze daardoor wat eten misloopt maakt haar niets uit, ze is dik tevreden met de restjes. Soms reageren wij niet op haar en dan gaat ze als een pingpongbal op en neer springen. Snappen jullie nu waarom het altijd lachen is met Pluis ?  

Inmiddels is onze Pluis van een klein kuikentje uitgegroeid tot een schattig volwassen krielkipje. Ze is nog steeds kleiner dan de rest en even zacht en pluizig als vroeger, daar is niets aan veranderd. En wat zijn wij blij met haar, zo’n klein schepseltje. Wij zien haar als een knipoogje van God. Want ook in deze dingen zien wij Zijn grootheid en almacht. Hij is het die alles heeft gemaakt, en dat blijft wonderlijk nietwaar ?

Liefs, Suus en Marcel