donderdag 18 augustus 2011

Polen: dag 1 en dag 2


Verleden week maandag was het zover. Om kwart over 4 ging de wekker, snel maakten wij ons gereed voor de reis.
Een uur later reden we weg bij ons kipjes die net van stok kwamen. Op naar Wedde, naar David en Viola. Nerveus belde David om half 6 waar we bleven, twee minuten later waren wij er. "Waar gingen we heen ?", was de grote vraag. Vooralsnog zeiden wij naar Renesse te gaan. Het werd iets verder. Wonder boven wonder had David zijn navigatiesysteem zelfs Polen.
Via Bremen, Hamburg en onder Berlijn langs reden we naar de grens. De oude snelweg veranderde plotsklaps in een baan met betonnen platen vol gaten en groeven. Harder dan 60km per uur kon je er niet rijden. Langs de weg stonden kraampjes met fruit. Was dit Polen?
Dat bleek niet zo te zijn. Deze oude snelweg zal als laatste worden aangepakt. Want toen we de binnenwegen opreden bleken deze niet lang geleden te zijn geasfalteerd of zelfs verhard. We reden door dorpen die qua naam door ons nauwelijks zijn uit te spreken, uiteindelijk kwamen we bij een dorp met een bank. Ik wilde Zloty's pinnen, maar dat moest binnen op kantoor. Twee man erbij, paspoorten overleggen en betalen via een betaalautomaat. En daar kwamen de Zloty's, ik was weer wat euri's armer maar 4 keer zoveel Zloty's rijker.
We reden verder naar Lwowek Slaski en via dit stadje het dal in naar het dorpje Plóczki Górne.
Antoni verwelkomde ons geschrokken, ervan uitgaande dat we een dag later aan zouden komen. Hi hi... zo slecht waren de wegen nu ook weer niet, integendeel. 

Hij had zich een dag vergist, maar al snel zouden de kamers gereed zijn. Moe van de rit van 9uur (Marcel sukkelt altijd tegen 100km p/uur over de weg), besloten we na een glas door Antoni gemaakte vruchtensap als warm welkom te hebben gedronken, wat te gaan wandelen in afwachting van de kamers. We liepen door het dorp en bezochten een kerk met begraafplaats (zie bovenaan).
Aan de overkant op een heuvel was een ruïne van een oude kerk. (links)
Onderweg bevrijdde David nog een geit die zich zowat aan zijn eigen ketting ophing.
Uit de huisjes in het dal steeg rook op van de houtkachels, en her en der waren mensen te midden van kipjes en eenden en een waakhond hun moestuintje aan het bewerken. Dit was Polen ! Toen we bijna op een slang hadden gestaan was het tijd om terug te keren naar het pension, de kamers waren klaar en uit de keuken kwam de heerlijke geur van spareribs ons al tegemoet.
Het eten die avond was verrukkelijk, evenals de bedden die heerlijk zacht waren. U begrijpt, na het maal lagen wij al vroeg onder zeil.


Dinsdag: omdat het ontbijt pas om 9uur zou zijn, verzorgde het hotel wat broodjes voor David die vanwege suiker bijtijds moet eten. Om 9uur mochten we allemaal ontbijten en we lieten het ons erg smaken. Het viel ons op dat die groene bommen van de avond ervoor er weer lagen. Niet gezuurd, maar gezout ! Onze buurvrouw in Scheemda die toevallig roots bleek te hebben in het gebied waar wij nu op vakantie waren, noemt het "gepekelde bommen."
Er was kaas, vleeswaren, hütenkäse, warme broodjes en de voor David broodnodige koffie .
Na het ontbijt kwam de hoteleigenaar met een grote kaart en hij probeerde ons in zijn beste engels en de kaart ons toeristische tips van de hand te doen. Hij bleek erg veel te weten van de omgeving, maar nederlandse toeristen op deze manier wegwijs maken was volledig nieuw voor hem. Hij adviseerde ons ook een kaart te zoeken en schreef op een kladje wat bezienswaardigheden. De tomtom wees ons naar stadje Wlen en daar kochten wij een kaart. Tezamen met de navigatie, de kaart en ons beste pools, gingen we op weg. We bezochten "Palac Lupki." Dat is niet zo zeer een kasteel, maar meer een borg, een landhuis zoals we hier in Groningen wel borgen hebben. Ter plaatse was het uitzicht adembenemend . David, weer aan koffie toe zijnde, besloot bakkies koffie en thee met roomgebak te kopen op deze uitgestorven maar o zo mooie plek. Zo waar, er verscheen iemand en bracht onze natjes en droogjes bij de tuinstoelen met uitzicht op het IJzergebergte. Een geweldig moment !

Na onze versnapering reden wij naar een dorpje alwaar een oude vulkaan zou zijn. Het was niet lang zoeken, de omgeving was vlak en de vulkaan torende hier boven uit. We reden zo dicht mogelijk aan de voet van de vulkaan, vanuit het zuidoosten. De berg is begroeid met bomen en nadat onze rugtas bepakt was, begon de klim. Wandelen is prima te doen in Polen maar van aangegeven wandelroutes hebben ze nog nooit gehoord. Dwars door struikgewas kwamen we ineens op een pad met een stijle trap opwaarts. Onderweg kwamen we nog wat andere beklimmers tegen (wandelaars en eekhoorns) en eenmaal aan de top was een prachtig uitzicht.


Daarvan genoten hebbende moesten we terug naar de auto. Nu is het richtingsgevoel van David en Marcel heel goed, maar naar beneden klimmend door een dicht bos naar een plek waar ergens een auto zou staan, was bepaald geen makkie. We wisten waar ongeveer, herkenden wat dingen in het bos, volgden de zonnestand maar raakten toch hopeloos verdwaald. We liepen door het bos langs de auto verder het dal in en moesten uiteindelijk, door maisvelden waarvan het mais in je gezicht sloeg, terug naar herkenningspunten. We zagen sporen van zwijnen, hoorden zelfs een knor/gil, maar konden ze niet zien in het dichte mais, koren, haver, boekweit (zie hieronder) en bos. Moe maar voldaan kwamen we bij de auto, reden naar het hotel terug, aten weer een heerlijk diné en gingen net als de avond er voor, vroeg onder de wol.

Marcel en Suzanne