woensdag 23 februari 2011

Toen onze Pluis nog een klein Pluisje was…


Toen kuikentje Pluis bij ons kwam, viel ze direct op. Wat was ze klein, en vele male zachter en pluiziger dan de rest. Haar pietepeuterige veertjes zaten zelfs een beetje in de war. Je zou het ook ietwat ruiperig kunnen noemen. Maar ze oogde verder gezond en was dapper voor tien anderen. Pluisje is vandaag de dag een echte dagdromer geworden, die zo maar stilletjes zit te staren. Verder vindt ze werkelijk alles leuk en niets is eng. Ze is bijzonder aanhankelijk en is dan ook de kroelkip van de familie.

Omdat ze zich vanaf het begin al zo opstelde zijn wij daar natuurlijk gretig op in gegaan. Iedere keer als een van ons verscheen ging ze op haar kleine teentjes staan om opgetild te willen worden.
Verzot op aandacht dat is laat ze zich geduldig aaien en lekker knuffelen. Als uiting van genoegen doet ze dan haar kleine oogjes dicht en is ze compleet van de wereld. Als ze los loopt wil ze je constant volgen om maar zo dicht mogelijk in de buurt te blijven. Soms gaat Henkie de haan haar roepen als ze te ver van hem afdwaalt. Dan zie je de vertwijfeling in haar kleine oogjes: “wie moet ik nu toch volgen ?”. Volgens mij ziet ze ons aan voor een moeder-kloekje, en die moet je als klein kipje ten allen tijde blijven volgen. Maar die haan, wat moet je met een grote dikke haan ? Wat haar rol binnen het clubje betreft, is ze pittig genoeg om zichzelf te kunnen handhaven. Als kipje Truus haar iets te bazig overkomt geeft ze die een flinke tik op haar snaveltje. Even laten zien dat ze toch echt geen doetje is. Vreemd genoeg pikt ze ons nooit. Alleen als je een pluizige trui of zoiets aan hebt wil ze niets liever dan daar aan sjorren. Dat trekt blijkbaar aan als een magneet, en daar is ze dan ook niet vanaf te brengen.

Wat opvalt is dat haar stemmetje heel laag is, dat doet ons menigmaal schaterlachen. Het past gewoon niet bij zo’n klein zacht kipje. Het is grappig te ontdekken dat zo ieder kipje zijn eigen stemgeluid heeft. Je kan precies horen wie er aan het kakelen of pruttelen is. En zeker onze Pluis haal je daar direct uit. Wat ook zeker opvalt is dat als onze kippen gevoerd worden iedereen gericht is op wat er in het voederbakje komt te liggen. Behalve Pluis, die denkt alleen maar aan aandacht. Zij staat ten alle tijde klaar om opgetild te worden. Ze wurmt zich overal tussen door en probeert in de buurt van je handen te komen. Dat ze daardoor wat eten misloopt maakt haar niets uit, ze is dik tevreden met de restjes. Soms reageren wij niet op haar en dan gaat ze als een pingpongbal op en neer springen. Snappen jullie nu waarom het altijd lachen is met Pluis ?  

Inmiddels is onze Pluis van een klein kuikentje uitgegroeid tot een schattig volwassen krielkipje. Ze is nog steeds kleiner dan de rest en even zacht en pluizig als vroeger, daar is niets aan veranderd. En wat zijn wij blij met haar, zo’n klein schepseltje. Wij zien haar als een knipoogje van God. Want ook in deze dingen zien wij Zijn grootheid en almacht. Hij is het die alles heeft gemaakt, en dat blijft wonderlijk nietwaar ?

Liefs, Suus en Marcel

maandag 21 februari 2011

Maandagmorgenperikelen en pilletjes slikken !



Zelfs Henkie de haan was vanmorgen op zijn post, hij kraaide luid deze ochtend vanuit de donkere schuur… De nieuwe week is van start gegaan. Al was het afgelopen weekend helaas wel gehuld in een sluier van zieke narigheden. Begin deze week kondigde zich een ellendig griepje aan (Suus), het zette niet helemaal door, maar het bleef wel zo akelig zeurend hangen. Je bent dan niet in staat om er vol tegenaan te gaan. Afgelopen vrijdag kwam daar naast hevige koortsaanvallen nog een forse blaasontsteking overheen en de ellende was compleet. Maar niet getreurd het zal wel weer een keer overgaan. We houden de moed er maar in. Dus wordt het de komende dagen trouw pilletjes slikken en de nodige rust nemen.


Marcel daarentegen bleef gelukkig ongedeerd, hij heeft het heel druk op zijn werk gehad en was echt toe aan een ontspannen weekend. Afgelopen Zaterdag heeft hij hard gewerkt op ons eigen erf wel te verstaan. De buurman had zijn boomgaard gesnoeid en dit leverde ons een grote berg met takken op. Mijn lieve man heeft staan zagen tot de vonken ervan sprongen, de zware lichamelijke inspanning gaf hem juist dat beetje ontspanning waar hij zo aan toe was. Toen de boel in mooie stukjes was gezaagd moesten we even grinniken, die berg met warrige takken leek zo veel. Eenmaal gezaagd was het houthok nog niet voor een kwart gevuld.
Terwijl  grieperige Suus weer met een boekje in een hoekje bij de warme kachel ging zitten, zette Marcel zijn werkzaamheden voort.

De paden tussen onze moestuinvakken waren van die uitgerolde borderrollen, op het oog zag het er mooi uit. Helaas leerde de praktijk ons dat het geen succes is. Ze werden mosgroen, glad, er groeide onkruid tussen en je kon deze paden niet vegen om ze van kleikluiten te ontdoen. Ook kreeg je behoorlijk zere knieën als je daar op neer knielde om in het moestuintje te werken. Dus vond manlief via internet nog een koopje; “een partij rubberen tegels”. Je kent ze wel, ze liggen vaak onder speeltoestellen. Het is werkelijk een genot om hier op te werken, ze zijn onverwoestbaar, ook is het fijn dat er niet of nauwelijks onkruid tussen groeit. En we hebben het hele kringloopsysteem een handje geholpen door ze over te nemen en niet nieuw aan te schaffen via de bouwmarkt. Aan het einde van de dag waren de oude borderrollen verdwenen en liet Marcel mij beretrots de nieuw aangelegde paden zien (ik ben natuurlijk ook heel trots op mijn lieve echtgenoot die dit alles zo mooi heeft gemaakt :-) ! ). 

Gisteren (zondag) heeft ook Marcel de dag in rust door gebracht. Na een mooie kerkdienst heeft hij zich bij de nog steeds zieke vrouw des huizes gevoegd en sudderde we samen verder in de warme zonnige woonkeuken. Deze nacht daalde de temperatuur tot – 7 graden Celsius, het was koud vannacht, heel koud… Je kon het voelen doordat de ijzige wind door de naden en kieren van ons oude huisje waaide. Deze snijdende kou gaf ons wel een overweldigende heldere sterrenhemel, dat wel. Nee… het is nog geen voorjaar !

Hartelijke groeten, Suus en Marcel
    

donderdag 17 februari 2011

Blauwe druifjes



Niets dat zo doet smelten als die kleine blauwe druifjes. Dit schattige bolgewas is een echte voorjaarsbloeier. Ook al is het nog steeds winter, binnen in huis willen ze al best ietwat opbloeien. Zo halen wij het voorjaar alvast een pietsie in huis, en willen ook wij al een beetje opbloeien. Tegelijk mijmeren wij verder over hoe mooi het straks allemaal wel niet zal zijn. Vreemd maar waar, blauwe druifjes zijn familie van asperges. Ik kan nog niet veel overeenkomsten vinden, maar dat geeft niets. Ze zijn gewoon mooi, en die tere druifjes zijn toch snoezig om te zien.

Begin deze week had Marcel een dag vrij en waren we niet binnen te houden. We hebben er een heerlijk tuindagje van gemaakt. Al was het best even aanpoten geblazen. Er moest nog een groot deel van de moestuin achter het huis worden omgespit, ook moest er nog een gedeelte worden opgeruimd. Tussen alle bedrijven door namen wij de tijd om in onze kas een hapje en een drankje te nuttigen. Kipjes Pipi, Witje en Annika mochten samen met ons mee tuinieren. Ze kunnen nu nog geen schade aanrichten met hun graaf-werkzaamheden. Toen wij eenmaal in de kas zaten stapten ze, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, over drempel om zich ook bij ons te voegen.
 
Vorig jaar hadden wij een bak met verschillende koolsoorten en op advies van menig ervaringsdeskundige hebben wij daar het kruid Salie tussen geplant. Wij tuinieren namelijk geheel biologisch dus er komt geen gif aan te pas. De geur van Salie zou eventuele belagers op de vlucht doen slaan. Helaas ging dit goedbedoelde advies in rook op en al onze koolstekjes werden dankbaar opgegeten door een legioen aan vreemde snuitkevers, rupsen, vliegen en al dat gesnor. Ondanks dat breidde de Salie zich royaal uit en had inmiddels bijna de gehele bak in gebruik genomen.We besloten deze kolossale planten gedeeltelijk weg te halen en de rest elders in het siertuintje over te planten. Zo gezegd zo gedaan…

Totdat ik een verontrustende ontdekking deed, er huisden echt honderden slakken onder. Wij hebben nooit geweten dat slakken zo verzot zijn op salie. Nu waren wij er voor eens en altijd uit, die Salie moest zo ver mogelijk worden verbannen van onze moestuin. Anders word het nieuwe moestuinseizoen bij voorbaat al een droevige toestand. Zoveel slakkenkostgangers willen wij er echt niet bij hebben hoor. Met dat we dit kruid aan het uitsteken waren kwam de heerlijke geur van Salie ons tegemoet. Ik kan begrijpen dat al die beestjes zich niet lieten afschrikken. Deze geur is werkelijk verrukkelijk. Op zich is het een geweldig mooie winterharde plant, en zouden wij hem voor geen goud willen missen in onze tuin. Maar in de moestuin was het toch echt geen succes. Ons kruidentuintje is helaas te klein om deze snelgroeiende reus te huizen. Anders hebben de andere kruiden geen schijn van kans meer.

Eigenlijk moeten wij beschaamd bekennen dat we tuin tekort hebben. We gaan gewoon steeds meer houden van het tuinieren en alles wat daar bij komt kijken. Ze noemen het ook wel “het groene-vinger-syndroom”, ik zou zeggen: “het zwarte-vinger-syndroom”.
Aan het einde van de dag keken we elkaar lachend aan met zwarte vegen op ons gezicht, pikzwarte handen die wel een badje konden gebruiken en laarzen met dikke kleikluiten eronder. Wat was het genieten geblazen. Jammer dat de dag was omgevlogen. Terwijl de avond viel jubelde een overmoedige merel zijn avondlied vanaf het dak van de buurman. Prachtig om dit beestje zo dapper te horen zingen, en dat al in Februari ! Ik denk dat deze merel ook niet meer kan wachten, hij verlangt net als wij hevig naar het voorjaar.

Veel lieve groeten, Suus en Marcel

dinsdag 15 februari 2011

Tipje van de sluier, keukengeheimen (2) !

En of er nog in onze keuken geklust wordt, de hele boel staat constant op z’n kop. Het geeft wel veel extra werk als je gaat klussen terwijl je gewoon in het huis comfortabel wil blijven wonen. Je blijft bezig met spullen wegzetten, schoonmaken (vetvrij maken), schuren, weer schoonmaken, verven, herinrichten, en de volgende dag begint het hele ritueel weer van voor af aan. Wij geven de voorkeur aan hoogglanslak en dat trekt helaas veel stof aan (statisch). Dus moet je het zo goed en zo kwaad stofvrij proberen te houden.

Maar met een oud huisje lijkt het wel of dit een onbegonnen werk is. Toch zijn wij van dit kleine, stoffige huisje gaan houden. Het was een beetje een lelijk eendje maar begint langzaam aan een prachtige zwaan te worden. Zoals in dat verhaaltje van de Deense schrijver Christian Andersen. Ons huisje was best wel verwaarloosd en niemand had werkelijk de tijd genomen om haar schoonheid te ontdekken. Ook heeft ons huisje al veel meegemaakt. Zo kwam onze buurman afgelopen week een boekje brengen, “lees maar eens als je tijd hebt” zei hij. Dit boekje is een uitgave van de “Historische Vereniging Gemeente Scheemda”. Hierin staat het verslag van een trieste gebeurtenis. En wat blijkt, dit droevige verhaal speelde zich af aan de Molenstraat. In ons kleine huisje wel te verstaan.

Het betrof een jongeman ( Pieter ) die is geboren in 1923. Tijdens de tweede wereldoorlog hielp hij zijn broer met verzetsactiviteiten. Deze oudere broer werkte op een distributiekantoor en kon extra bonnenboekjes achterover drukken. Deze werden vervolgens uitgedeeld in gezinnen die onderduikers in huis hadden. Daar speelde deze jongen een rol in. Op een dag werd hij opgeroepen om te werk gesteld te worden in Duitsland. Mede door het gevaar dat hij en zijn broer liepen door hun activiteiten en door het weigeren van deze oproep moesten ze zelf onderduiken. Na een lange tijd kregen ze zo’n intens verlangen om hun familie weer te zien dat ze besloten hen op te zoeken. Vermomd als arbeiders die voor de  Duitsers werkzaamheden uit zouden voeren vertrokken ze op de fiets richting ons kleine huisje. Daar waar hun vader, moeder, broertje en zusje nog woonden.

Onderweg ging het mis, Pieter kwam in een werkkamp terecht en moest het bijna met de dood bekopen. Vlak voor de bevrijding werd hij op transport terug naar Nederland gezet en eenmaal in Groningen aangekomen was hij te verzwakt en ziek om nog op de benen te kunnen staan. Toen hij met zijn ouders werd verenigd is hij overleden. In dit huis heeft hij opgebaard gelegen en is vervolgens begraven op de begraafplaats een straat verderop. Als zijn ouders hier op zolder uit het kleine raampje keken, konden ze de grafstenen in de verte zien liggen. Daar lag hun zoon, Pieter was slecht 21 jaar toen hij stierf.

En wat blijkt, dit was een broer van het oude omaatje die hier afgelopen zomer plots aan de deur stond. Dit verhaal heeft ze ons niet verteld, het was misschien te pijnlijk. Dit verlies heeft veel wonden geslagen bij deze familie. Dit kan de buurman ons wel verhalen.

Terug naar het heden rommelen wij gestaag voort om het lelijke eendje om te toveren in een prachtige mooie zwaan. Bij deze wat kiekjes van de keuken, de indeling is wat veranderd en de zwarte muur heeft een nieuwe bekleding ( houten plaat / voorzetwand ) gekregen. Deze is inmiddels van onder in roomkleur opgeschilderd. Dit materiaal had zo’n zuigende werking dat deze twee maal in de grondverf is gezet, en drie maal met hoogglanslak is afgelakt. Je moet er wat voor over hebben om tot die mooie zwaan te komen !

Aan de andere kant is dit alles volstrekt onbelangrijk, en zijn wij dankbaar dat wij in vrijheid in dit huisje mogen wonen. Natuurlijk is het fijn om aan ons huisje te werken maar het is niet het allerbelangrijkste in het leven. Wij proberen iedere dag mooie momenten te plukken en daar van te genieten. Nee… we wachter niet tot later. Zoals zo velen dat doen, je weet immers niet wat de toekomst brengen zal… Gelukkig is daar onze Hemelse Vader die ons aan de hand meeneemt, dag in, dag uit. Hoe de tijd zich ook zal ontwikkelen, en hoe de toekomst zich zal openbaren, Hij is met ons al de dagen van ons leven.

Hartelijke groeten, Suzanne en Marcel
     

vrijdag 11 februari 2011

Zuurdesem-bakkerijtje nog in volle gang !

Het lijkt natuurlijk of ons experimentele zuurdesem-bakkerijtje volledig tot stilstand is gekomen. Niets is minder waar, het is hier op dat gebied een drukte van belang. Er is inmiddels een grote voorraad meel aangeschaft. Deels is deze afkomstig uit Duitsland, en deels van echte molenaar. Deze molenaar heeft een prachtige molen in Kropswolde en naast deze molen is een schattig winkeltje te vinden. Ook zijn we met ons kleine autootje de grens over getuft en hebben bij onze Duitse buren nog wat meel gekocht.

Ze hebben daar heel veel variëteiten aan meel. En dit alles is gewoon te koop in de Duitse supermarkt. De prijzen zijn in vergelijking met het aanbod in ons land een stuk lager. Eenmaal in zo’n grote winkel aangekomen kon ik (Suus) haast niet meer weg komen. Ik ben lekker gaan zitten en heb ieder pak in mijn handen genomen. Hi hi… manlief was al ietwat eerder uitgekeken en vroeg of ik er wilde blijven wonen.
Maar welk meel moet je nu toch kiezen als je een heel winkelpad vol hebt aan soorten ? Dus hebben we gewoon een hele berg gekocht, van alles wat zegmaar. En dan niet van die kant en klare bakmixen, nee… die zonder toevoegingen. Zo hebben we nu ; boekweitmeel, roggemeel, volkoren- tarwemeel, dinkelmeel en tarwebloem. En dan ook nog van verschillende merken en kwaliteiten.

Het zuurdesem is zelfgemaakt met uiterste precisie natuurlijk. Het is eigenlijk niet meer dan een  mengsel van volkoren- / tarwemeel en water waarin zich gistbacteriën ontwikkelen .
Er zijn diverse methoden om een goed zuurdesem te verkrijgen (ook door o.a. yoghurt toe te voegen). De eerste keer ging het goed mis, ik had namelijk GEEN gist-bacteriën ontwikkeld maar wel een of andere schimmel. Dus is dit papje vol met verkeerde beestjes snel de vuilnisbak in verdwenen. De tweede keer had ik tarwebloem gebruikt, dit bleek een te lichte meelsoort te zijn. Het had wel enige gist-werking maar was niet zo krachtig. De derde keer had ik met het juiste meel een heus potje met bubbelend zuurdesem weten te creëren. Hier is brood mee gebakken en ja hoor... het is gelukt. Zuurdesembrood is het zure brood zoals wij die wel kennen van onze Duitse buren. En het is zo gezond !

Mijn lieve echtgenoot moest bekennen dat het heel voedzaam is, maar zo lekker om zijn vingers er bij af te likken vindt hij het niet. Ik heb moeten beloven dat we het niet iedere dag gaan eten. Dus wisselen wij het af. Voor de geïnteresseerden onder ons  hieronder het door mij gebruikte recept ;

-    Steriliseer een glazen (weck-) pot in  kokend water met een snufje soda.
-    Meng 8 eetlepels volkoren- / tarwemeel met lauw water tot het een dik-vloeibaar papje is.
-    Dek de pot af met een vochtige schone theedoek en zet 24 uur weg (kamertemperatuur)
-  
  Op de tweede dag roer je het papje om de 8 uur / = 3 x daags.
-  
Op de derde dag roer je het papje 3 x daags en voeg bij de laatste keer 3 eetlepels meel en 3 lepels water toe.
-   
Op de vierde en vijfde dag herhalen zoals hierboven beschreven.
-    Controleer of het zuurdesem lichtzuur ruikt en luchtbelletjes vertoont, is dit niet het geval geef het zuurdesem dan nog wat langer de tijd om zo te worden.
Nu is je desem klaar voor gebruik, zuurdesem noem je ook wel “een starter”.

Neem hier volgens recept de juiste hoeveelheid vanaf en houdt de rest van het desem goed door het regelmatig te roeren en te voeden. Zet het zuurdesem tijdelijk in de koelkast als je hem niet gebruikt.
Laat hem 24 uur op temperatuur komen voordat je hem weer gaat gebruiken.

Voor het bakken van een eenvoudig zuurdesembrood neem je ; 500 gram volkoren- / tarwemeel , 125 gram zuurdesem, 250 tot 300 ml koud water en een snufje zout. Meng als eerste het zuurdesem met een deel van het water in een mengkom. Voeg een snufje zout toe. Roer geleidelijk het meel en de rest van het water door elkaar heen. Kneed tenminste 10 minuten tot er een elastisch deeg ontstaat. Doe dit deeg in een schone kom met een vochtige schone theedoek erover, laat dit anderhalf tot twee uur rijzen bij kamertemperatuur.

Kneed het deeg vervolgens door en vorm een bol of leg een rol in een ingevette bakvorm. Laat dit wederom 5 tot 24 uur rijzen, dit hangt af van de kracht van je zuurdesem. Het deeg moet zichtbaar gerezen zijn. Hoe langer je het laat rijzen hoe beter de smaak zal worden. Smeer vlak voor het afbakken nog een beetje zonnebloemolie op de bovenkant van het deeg. Bak het deeg af tot een brood in het midden van een voorverwarmde oven op 200 graden Celsius in ongeveer 35 minuten.
Het brood moet NIET hol klinken, verleng (als dit wel het geval is) de baktijd met 5 tot 10 minuten.
Haal het brood uit de vorm en laat het brood afkoelen op een taartrooster. Het is overheerlijk om zo’n plakje vers gebakken brood te besmeren met een laagje jonge roomkaas met kruiden (Aldi, Val Blanc), een blaadje verse rucola erop (uit de moestuin) en een in plakjes gesneden tomaatje.

Pas op, als je NIET van zure (Duitse) broden houdt, moet je dit recept direct vergeten. Anderzijds is het vele malen gezonder en voordeliger. Het is maar voor de liefhebbers…
Verder wordt er hier in huis ook nog wel met gist gebakken, zoals heerlijke zoete broodjes, ronde Turkse broden (met komijn) enzovoort.
Hi hi… anders wordt manlief zo zuur…

Wij wensen iedereen een overheerlijk weekend, wellicht ook met vers gebakken broodjes ?
 
Veel liefs, Suus en Marcel

  

woensdag 9 februari 2011

Henkie de haan in bad met de dames !


Er scheen een klein waterig zonnetje, toen Henkie de haan het voorjaar in zijn kleine kopje kreeg. Hij was niet meer te houden, dus liet het vrouwtje hem maar rap uit zijn hokje. Snel spurtte hij richting het grote zinken bad vol met donkere aarde. Hij sprong erin, en begon de hennetjes luid te roepen. Zij gaven natuurlijk direct gehoor en fladderden haastig naar hem toe. Henkie begon te graven of zijn leven er vanaf hing. Na een kwartiertje was er een mooie diepe kuil ontstaan en ging het hele spul zich daarin wassen. Al fladderend en woelend door de klamme zwarte grond probeerde het hele spul zich te ontdoen van kriebelende huidschilfers en stofjes die tussen de veren huizen. Af en toe knepen ze een klein oogje dicht en genoten zichtbaar. Het zinken bad op pootjes biedt genoeg ruimte om ieder kipje royaal te laten badderen, maar niets hoor…het is veel lekkerder om dat allemaal op een kluitje te doen. Zodoende was het een grote berg dons en veren die je naar mate de tijd verstreek steeds zwarter en zwarter zag worden. Onze kipjes zijn alvast aan de grote voorjaarsschoonmaak begonnen !

Hum…kippen zijn toch wonderlijke wezens. Ze waren duidelijk toe aan een lekker (aarde-) bad, of ze daar nu echt schoner van worden is de vraag. Het hele badritueel duurde zeker een uur, helemaal zwart, moe maar voldaan dribbelde het hele spul hun huisje weer in. En begonnen ze aan de grootste klus aller tijden; “ieder veertje grondig poetsen”.

Toch leuk dat ze daar de oude zinken badkuip voor hebben uitgekozen. Afgelopen zomer stond deze badkuip nog vol met vrolijke zomerse bloementjes, en nu staat hij geduldig te wachten op het nieuwe seizoen.
Grappig dat dit oude bad toch ook nog eens dienst mocht doen voor hetgeen hij eigenlijk gemaakt is.

Vorig jaar hebben wij dit bad op de kop weten te tikken voor een appel en een ei. De vorige eigenaar woont gelukkig in Scheemda, want het bad paste namelijk niet in onze auto. Het was nog een hele toer om hem thuis te krijgen. Wel leuk dat dit bad uit deze streek komt, stiekem zit je dan te denken in welk Gronings huisje hij gestaan zou hebben.
Of misschien komt hij wel uit zo’n prachtige Oldamster herenboerderij, wie zal het zeggen. Afijn…op dit moment doet hij dienst als kippenbad, het was enig om te zien hoe die beestje hun instinct volgen en gewoon doen wat ze moeten doen.

Bij ons mensen ligt dat soms heel wat ingewikkelder, we doen wat we eigenlijk niet willen doen, maar doen het omdat het nu eenmaal moet. En wat we eigenlijk eens graag zouden willen doen, doen we niet. Simpelweg omdat we het te druk hebben of we gunnen onszelf er de tijd niet voor. Sterker nog, misschien vindt een ander het wel gek !?
Daar hebben onze kipjes allemaal geen last van hoor !  Heerlijk toch zo’n onbezorgd kippenleven…


Liefs, Suus en Marcel