vrijdag 2 november 2012

OUDERDOM...



Op een mooie zonnige morgen fietste ik (Suzanne) naar de plaatselijke supermarkt. 
De winkel was zoals altijd weer rijkelijk gevuld met overvloed. Ik vroeg het mijzelf nog stilletjes af: "zijn wij hier eigenlijk nog wel DANKBAAR voor of is het allemaal GEWOON geworden?" Al die kleuren, explosies van geuren en bergen met voedsel, ze zijn altijd aanwezig. Maar is het wel zo VANZELFSPREKEND? Veel tijd om na de denken hebben we niet. Want we hebben allemaal haast en rennen veelal in een sneltreinvaart aan dit alles voorbij.

Plots werden mijn mijmeringen onderbroken door een prachtige heldere stem die opklonk uit een afgelegen hoekje. "Dag zilverblonde juffrouw!" Mijn verbazing was zeer groot toen ik daar een schattig klein oud vrouwtje op een doos zag zitten. Ze droeg een ROOD PLUIZIG VESTJE en om haar broze hals was een RODE BLOEDKORALEN KETTING gesnoerd. Haar lieve gezichtje was bleek en teer met grove lijnen getekend. Haar helder blauwe ogen bleven mij vol verwachting aanstaren. Ik lachte en pakte haar hand. Nog voordat ik een woord uit kon brengen klonk de mooie stem opnieuw: "Ik vind u zo lief!"

Daar gezeten tussen de dozen vol met PANNENKOEKENMIX overviel mij het gevoel dat in het dagelijkse leven niets GEWOON of VANZELFSPREKEND is. Dat je schappen vol met overvloed in ruil voor geld kunt bemachtigen, maar dat echt niet alles zomaar te koop is in het leven. Vol medelijden probeerde ik contact te houden met de heldere blauwe ogen. En plots stroomden daar grote dikke tranen uit. Want... ze was haar moeder verloren. Dit lieve vrouwtje van tenminste tachtig jaren oud, in dat RODE PLUIZIGE VESTJE met dat vragende kreukelige gezichtje, was een wees. Een eenzaam verlaten vrouwtje gezeten op een doos vol met PANNENKOEKENMIX.

Maar daar bleef het niet bij. Ineens klonk daar een schrille stem door de buurtsuper. Er was blijkbaar iemand op zoek naar deze eenzame mevrouw. Eenmaal achter een winkelwagentje gestationeerd stapte het kleine vrouwtje dapper voort op de weg die zij moest gaan. Het op leeftijd gekomen weeskind was niet meer alleen, ze was slechts de weg kwijt geraakt in de wirwar van dozen en overvolle schappen van de winkel. Ze keek nog eenmaal om en fluisterde dat ze mij zo bijzonder en lief vond.

Jullie begrijpen dat ik mijn best moest doen om de juiste boodschappen in het karretje te krijgen. Ik pakte snel een doosje PANNENKOEKENMIX, het oude vrouwtje had in mij het verlangen naar "VROEGER TIJDEN" aangewakkerd. Zou zo'n doosje "OMA'S PANNENKOEKEN" werkelijk smaken naar hoe het er vroeger bij mijn lieve oma aan toe ging? Het oude eenzame gezichtje, de grote dikke tranen, ze hadden mijn hart geraakt. Stilletjes vanbinnen sprak ik een gebed over haar uit, ik zegende haar leven dat al zoveel jaren had gekend. Ik moest haar loslaten, maar het deed mij zeer. Want het verstand van dit oude vrouwtje was de weg kwijt geraakt. De OUDERDOM had haar prachtige leven volkomen in de war gemaakt. Wie of wat ze VROEGER ook is geweest... het ligt allemaal heel ver achter haar. En alles en iedereen rent gejaagd verder, want we hebben het immers zo druk. 

Bij de kassa aangekomen stond het vrouwtje daar wederom. Ditmaal bevond zij zich tussen de massa van haastige mensen en tussen de duizenden prikkels van licht en geluid. Dit alles maakte haar zichtbaar bang en onrustig. Terwijl ik mijn boodschapjes op de lopende band legde kwam er een brok in mijn keel, ik kon vanbinnen nog maar een ding fluisteren: "LIEVE GOD EN TROUWE VADER, WILT U VOOR HAAR ZORGEN?"

LIEFS, Suzanne en Marcel